Verlengde instructie
Directe Instructie

>>> Matrix voor het bepalen van de onderwijsbehoeften

 

 

Sommige leerlingen hebben meer tijd nodig om zich het lesdoel eigen te maken. Dit betekent niet dat ze langer over het leren doen of dat voor hen lagere doelen worden vastgesteld. Passend onderwijs gaat niet om het verlagen van de doelen of het vertragen van het leerproces van sommige leerlingen, maar om het uitbreiden van de leertijd en het verbeteren van de instructie van de leerkracht.
De risicoleerlingen krijgen een duwtje in de rug om zodoende ook de doelen te behalen en zich trots en competent te voelen. Dit ‘duwtje in de rug’ wordt gerealiseerd in de vorm van een verlengde instructie.

  Een duwtje in de rug (Bron: Mychildsafety.net)

 

 

Basisinstructie en verlengde instructie
We kunnen pas van een
verlengde instructie spreken als er eerst een kwalitatief goede basisinstructie is gerealiseerd voor alle leerlingen. Kijk kritisch naar je basisinstructie: heb je het concept en de vaardigheid duidelijk uitgelegd? Was het een inhoudelijke instructie gericht op het lesdoel, dus geen werkinstructie?
Begin je verlengde instructie altijd met het opnieuw geven van instructie. Herhaal het concept en de vaardigheid en werk enkele voorbeelden uit. Ga recht tegenover de leerlingen zitten en werk je instructie uit op papier. Draai het papier regelmatig om, zodat leerlingen het goed kunnen zien. Laat leerlingen altijd meeschrijven tijdens je instructie en stel regelmatig vragen om begrip te controleren.

 

 

Voorkom didactische verwarring
Hanteer in de verlengde instructie dezelfde materialen en didactieken als in de basisinstructie. Hiermee voorkom je didactische verwarring. Risicoleerlingen hebben geen andere uitleg nodig, maar vooral méér en explicietere uitleg. Vergelijk het met een zandpad door het gras. Als je telkens over hetzelfde stuk gras loopt, dan ontstaat er een pad. Als leerlingen telkens dezelfde aanpakstrategie toepassen, dan ontstaat er een hersenverbinding. Als we telkens een andere route lopen, dan slijpt de leerstof onvoldoende in.

 

 Leerstof inslijpen (Bron: Lechapy.com)

 

Kleine stappen en concreet materiaal
Leg de leerstof uit in kleine stappen en benoem deze stappen expliciet. Voeg eventueel tussenstappen toe aan de stappen van de vaardigheid die je hebt gebruikt tijdens de basisinstructie. Noteer de stappen en laat de leerlingen deze overnemen. Pas deze daarna toe op verschillende voorbeelden.
Maak duidelijk dat het kunnen beschrijven van de aanpakstrategie even belangrijk is als het geven van het juiste antwoord. Als leerlingen de aanpakstrategie goed eigen hebben gemaakt, dan kunnen ze deze in de toekomst gebruiken bij alle voorbeelden die ze tegenkomen: in lessen, toetsen en het echte leven.
Gebruik in de verlengde instructie zoveel mogelijk concreet materiaal om de leerstof te verduidelijken. Kijk in de handleiding van je methode welke materiaal er gebruikt werd toen dit lesdoel voor het eerst aan bod kwam en pak het betreffende materiaal er weer bij.
Toen de eerste keer werd uitgelegd hoe je breuken gelijknamig moet maken, werd er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van blokken. Gebruik deze dan opnieuw. Toen er voor het eerst werd uitgelegd dat een zin uit woorden bestaat, werd er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een strook met daarop een zin die na elk woord gevouwen werd.

 

 Gebruik van concrete materialen in de verlengde instructie

 

 

Verlengde begeleide inoefening
We spreken over een ‘verlengde instructie’, maar een betere naam voor deze lesfase zou zijn ‘verlengde instructie en verlengde begeleide inoefening’. Je moet niet alleen instructie geven, maar de leerlingen ook zelf actief met de leerstof aan de slag laten gaan. Stel daarom veel vragen en laat hen verwoorden hoe ze de voorbeelden moeten aanpakken. Maak gebruik van schoudermaatjes en stel veel vragen om begrip te controleren.
Een verlengde instructie wordt niet gevuld met het samen maken van de opdrachten uit het leerlingboek. Een verlengde instructie is niet gericht op het afmaken van opdrachten en werk, maar is een middel om de risicoleerlingen het lesdoel te laten behalen. Zorg daarom dat ze het concept begrijpen, de stappen van de vaardigheid kunnen benoemen en dit toe kunnen passen op verschillende voorbeelden.

 

Zeer intensieve verlengde instructie
Als je merkt dat sommige leerlingen het lesdoel beheersen, dan mogen zij de verlengde instructie verlaten en de leerstof zelfstandig gaan verwerken. De meest zwakke leerlingen werken het langst met jou als leerkracht.
Als het je niet lukt om tijdens de verlengde instructie het lesdoel te behalen met een leerling, dan schrijf je een receptbriefje. Hierop noteer je het lesdoel, het concept en de vaardigheid. De leerling vraagt op een later moment hulp aan een klasgenoot of aan de ouders. Noteer in je klassenmap een moment waarop je deze leerling opnieuw bij je roept om te controleren of de extra hulp heeft geholpen of dat je nogmaals instructie moet geven.

 

 Receptbriefje

 

Risicoleerlingen worden niet losgekoppeld van de groep, maar ontvangen intensievere instructie bovenop het basisaanbod. We noemen dit ook wel Response To Intervention. Dit is een zeer effectieve aanpak dij bijdraagt aan succesvol leren en het vergroten van het zelfvertrouwen van leerlingen.

 

 Response To Intervention (Bron: Youtube)

 

 

Organisatie
Je realiseert een verlengde instructie op het moment dat de rest van de klas de leerstof zelfstandig verwerkt. Spreek duidelijk af dat je niet gestoord mag worden en loop een korte hulpronde door de klas. Neem hierna plaats aan de instructietafel en ga zodanig zitten dat je de klas goed in de gaten kunt houden.

 

 Instructietafel (Schothorst, Hengelo)

 

Doorgaans nemen er 3 tot 5 leerlingen deel aan de verlengde instructie. Als het er meer zijn, dan kun je beter je basisinstructie uitbreiden.
De verlengde instructie is bedoeld voor leerlingen die het lesdoel niet dreigen te halen. Dit zijn doorgaans de leerlingen die op de methode-onafhankelijke toetsen onvoldoende scoren, maar ook de methodegebonden toetsen helpen je om te bepalen of leerlingen verlengde instructie nodig hebben. Je kunt hiervoor ook een matrix gebruiken.

 

 Matrix voor het bepalen van de onderwijsbehoeften

 

Laat niet altijd dezelfde leerlingen deelnemen aan de verlengde instructie. We weten dat homogeen groeperen niet bijdraagt aan beter leren van met name de risicoleerlingen. Laat daarom regelmatig ook gemiddelde en sterke leerlingen aanschuiven. Op deze manier zien de risicoleerlingen goede voorbeelden en gemotiveerd gedrag.
Laat een risicoleerling ook eens samenwerken met een sterke leerling. Niet aan je verlengde instructietafel, maar gewoon in de klas. Leg de sterke leerlingen uit hoe ze anderen het beste kunnen helpen, maak van hen tutors.
Tijdens het controleren van begrip bij de basisinstructie en de begeleide inoefening heb je misschien geconstateerd dat sommige leerlingen het nog lastig vinden en het lesdoel niet dreigen te halen. Laat ook hen aanschuiven bij je verlengde instructie. Op deze manier werk je preventief: je wacht niet tot de toets en de remediëringsweek, maar je zorgt dat je al tijdens de les deze leerlingen in het vizier hebt. Een ons preventie is beter dan een kilo zorg.

 

 

 

 

 

 

© 2015 directeinstructie.nl