Het eigen maken van nieuwe leerstof gaat makkelijker als deze wordt verbonden met reeds aanwezige relevante kennis. Daarom laten we leerlingen nadenken over iets dat samenhangt met wat we hen willen leren.

Niet controleren, maar activeren
Zorg er bij het activeren van voorkennis (avv) voor, dat je de leerlingen vraagt wat ze al over het onderwerp weten in het algemeen. Het gaat er niet om dat je vraagt naar wat leerlingen al weten van het concrete lesdoel.
Bij avv vraag je naar zeer algemene zaken waar alle leerlingen iets over kunnen zeggen. Als je te specifiek naar het lesdoel vraagt, dan denken alleen de sterke leerlingen na. Je wilt echter dat álle leerlingen nadenken, ook zij die moeite hebben met leren.
Je vraagt dus niet wat leerlingen al weten van ‘ongelijknamige breuken optellen’, maar je vraagt of ze wel eens iets gebroken hebben. Je vraagt niet hoe je ‘bepaalt hoeveel graden een hoek is’, maar je vraagt hen om te tellen hoeveel hoeken de klas heeft.
Het doel van avv is om álle leerlingen te activeren, álle leerlingen na te laten denken en álle leerlingen de kans te geven om hun werkgeheugen te vullen met kennis waaraan de nieuwe leerstof kan worden gekoppeld. We willen niet controleren welke leerlingen het al weten, maar hen allemaal activeren.


Koppelen aan concept of vaardigheid
Het lesdoel bestaat uit een concept en een vaardigheid. Je kiest één van deze twee om de voorkennis aan te koppelen.  Voor welke je kiest, is afhankelijk van het specifieke lesdoel.
 

Ik kan de belangrijkste drie graansoorten noemen die in Nederland voorkomen.
Er wordt gekozen om het concept te gebruiken om straks de voorkennis aan te koppelen. Het concept in dit lesdoel is ‘graansoorten’. Je vertelt dat je vanmorgen een stukje stokbrood hebt gegeten. Laat de leerlingen elkaar vertellen welke broodsoorten ze kennen.


Ik kan een kort verhaal
schrijven met een inleiding, kern en slot.
Er wordt gekozen om de vaardigheid te gebruiken om de voorkennis aan te koppelen. De vaardigheid in dit lesdoel is ‘schrijven’. Je vraagt de leerlingen om op te schrijven wat ze vanmorgen als eerste deden toen ze uit bed stapten en het laatste voordat ze gisteravond in bed kropen.
 

Eigen ervaringen activeren of oud leerdoel opfrissen
Er zijn twee manieren om voorkennis te activeren: eigen ervaringen activeren of een oud leerdoel opfrissen. Bij de twee lesdoelen hierboven worden eigen ervaringen gebruikt bij het activeren van voorkennis.
Bij het opfrissen van een oud leerdoel, wordt er teruggeblikt op een leerdoel dat al eerder behandeld is en dat nu nodig is om het nieuwe lesdoel te leren beheersen. Als je  leerlingen eenvoudige deelsommen t/m 100 wilt leren (bijvoorbeeld 36 : 9 =), dan vraag je de leerlingen om de tafels van vermenigvuldiging op te zeggen.
Je kunt ook enkele tafels klassikaal opzeggen. Aandacht voor automatiseren in de rekenles is ook een vorm van voorkennis activeren. De leerlingen worden opgewarmd en het werkgeheugen vult zich met relevante kennis en  informatie.
Je kunt er ook voor kiezen om een turbo-instructie te geven. Je geeft dan een korte en krachtige instructie over een oud lesdoel dat een voorwaarde is om het nieuwe lesdoel te beheersen. Als je leerlingen wilt leren om zinnen in de verleden tijd te zetten, kun je bijvoorbeeld een turbo-instructie geven over werkwoorden.


Matrix

Bij het activeren van voorkennis kun je verschillende keuzes maken. Je kunt kiezen om het concept of de vaardigheid uit het lesdoel te gebruiken. Daarnaast kun je besluiten om een eigen ervaring te activeren of juist een oud leerdoel op te frissen. De verschillende keuzes zijn hieronder uitgezet in een matrix aan de hand van een voorbeeldlesdoel.

Lesdoel: Ik kan lengtematen (mm, cm, dm, m) omrekenen.

Concept = lengtematen

Vaardigheid = omrekenen

 


De hulpmatrix bij het activeren van voorkennis.


Verbinden met het lesdoel

Het activeren van voorkennis wordt afgesloten door aan de leerlingen uit te leggen wat precies het verband is tussen dat wat ze al weten en wat ze deze les gaan leren, het lesdoel. Door dit expliciet te benoemen, maak je dit verband ook voor de zwakke leerlingen duidelijk.
 

Houd het activeren van voorkennis kort: maximaal 5 minuten.

© 2015 directeinstructie.nl
Activeren van voorkennis
Directe Instructie